zondag 16 november 2008

Het Bruine Ravijn des Doods

Hermick staarde minutenlang wezenloos naar de opengesperde anus aan de overkant van de kamer. De hand waarmee hij de telefoon vasthield werd prompt een tikje klammer. "Nou dokter, zegt u maar wat u wil weten..."
- "Meneer Pofschaap, dit is niet de methode..."
- "Dat dit niet de methode is weet ik zelf ook wel, dokter. Ik had me mijn zondagmorgen ook anders voorgesteld; niet geconfronteerd worden met het Bruine Ravijn des Doods van die van ons, had allicht andere gevoelens teweeggebracht dan het stijgend doodsverlangen dat zich thans van mij meester maakt. Punt blijft: die van ons is nogal schuchter, om niet te zeggen bijzonder verlegen, en u begrijpt zelf ook wel dat wijdbeens en met opengesperde anus voor een wildvreemde gaan staan een behoorlijk grote opdracht voor zo iemand is..."
- "Maar ik ben toch geen wildvreemde? Ik heb destijds uw zoon nog helpen ter wereld brengen...!"
- "...en herinnert u zich dat nog? Hoe ze wanhopig probeerde haar vereelte schaamlippen opeen te klemmen, zodoende een ernstig zuurstoftekort veroorzakend voor onze Geraldo-Jack, met de gekende gevolgen..."
- "En toch, meneer Pofschaap, kan ik geen diagnose stellen zonder de vette reet van die van u van naderbij gezien te hebben."
- "En Geraldo-Jack alleen achterlaten in het bijzijn van twee krolse katers en mijn collectie Liesbeth List-elpees?? Beseft u dan niet wat voor apocalyptische ravage dat geheid tot gevolg heeft?? U, meneer, bent een onbekwame paljas! Een kwakzalver! Een... een..."
Hermick begon uit alle poriën zijner knokige lichaam te zweten als een rund.
"Een... een..."
- "Ja?"
- "Een..."
- "Zegt u maar..."
Woedend smeet Hermick de telefoon door het (gesloten) venster en concentreerde zich weer op de bruine krater voor zich. Na enkele minuten sprak die van hem:
"Zal ik alvast koken?"
- "Koken?! Wie denk je wel dat je bent?!"
-PETS-
- "Maar dat vroeg je toch, daarstraks?"
- "Oh ja... Nou dan, toe maar."
En terwijl die van hem de linzen bereidde, staarde Hermick dromerig door het raam, denkend aan Geraldo-Jack en de volgescheten luiers waarmee hij dagelijks op de proppen kwam. En geen mens die zich bekommerde om het arme oude besje dat twee verdiepingen lager bewusteloos lag te wezen in een plas bloed, met naast zich Hermicks telefoontoestel.