"Prrrrt... p... krrrccchhh... prrt...!" Op de radio hoefden ze al niet meer te rekenen. Althans niet de radioverbinding met Houston. Ze hadden enkel elkaar, en misschien nog net Radio Contact met wat ruis, maar daar hadden ze nu niet meteen een boodschap aan. En zo zweefden Buck Thompson en Frank Verminnen hun dood tegemoet. Al hield Frank er de sfeer nog in.
"...en het eind van de staart en de staart van de geit en de geit van de stal en de stal van het huis en het huis van de heer en de heer van de juf en de juf van de veer en de veer van het jong en het jong van het ei en het ei van het nest en het nest van het blad en het blad van de twijg en de twijg van de tak en de tak van de boooooooooooooom... -hijg- En de boom staat op de bergen...!"
- "Frank, serieus..."
- "...haaa-li-ha-lo!"
- "Frank...!"
- "En de boom staat op de bergen...!"
- "Frank, godverdomme!"
- "...haaa-li-ha..."
- "FRANK!!!"
Buck Thompson was wat overspannen. Logisch ook. Frank en hij zweefden nu al twee uur rond in het Grote Zwarte Niets. Hij kon nog steeds niet geloven dat Frank zijn hand had gegrepen en dus zijn leven gered.
"Ik kan nog steeds niet geloven dat ge mijn hand hebt gegrepen en dus mijn leven gered..."
Maar dat Frank daarna de handgreep van het toegangsluik van het ruimteschip domweg had losgelaten, daar kon hij met zijn verstand niet bij.
"...maar dat ge daarna de handgreep van het toegangsluik van het ruimteschip domweg hebt losgelaten, daar kan ik met mijn verstand niet bij."
Hoe verstrooid kan je tenslotte zijn.
"Hoe debiel kunt ge tenslotte zijn, stomme lul?!"
Frank Verminnen was weliswaar al jaren een succesvol gevechtspiloot geweest, zeer tot de verbazing van zijn oversten overigens, maar als astronaut was hij nog bijzonder groen achter de oren. Buck Thompson daarentegen was een oude rot in het vak, bezig aan zijn twaalfde missie, die bovendien een eigen stuwraket naar zich vernoemd had gekregen. Hoewel hij die eer nooit echt als een eer beschouwd had, vond hij het nog altijd beter dan de eer die Michael Collins, de derde man van de Apollo 11-missie te beurt was gevallen. Collins was de derde man in die maanlander, naast Neil Armstrong en Edwin "Buzz" Aldrin, die als eersten de maan betraden. Collins was het ruimtetuig niet uitgekomen omdat hij de hele missie lang dermate last had van acute angstdiarree dat hij meer op het allesbehalve praktische astronautentoilet in het schip had gezeten, dan dat hij gezellig met zijn collega's kon klaverjassen tussendoor, laat staan het maanoppervlak betreden. Om de man toch iets van eerbetoon te geven stonden de latrines in de Amerikaanse ruimtetuigen sindsdien bekend als Collins. Nee, dan liever een stuwraket, had Buck Thompson gedacht.
En zo dreven de twee steeds verder weg van het ruimteschip.
"Hebben we eigenlijk de John F. Kennedy-boordcomputers op stand-by gezet voor we naar buiten gingen, Buck Thompson?"
- "Frank, ten eerste: Buck volstaat, en ten tweede: wat maakt dát in godsnaam uit?"
- "Al die energie die verloren gaat?!"
- "Ge zult het mij vast vergeven als ik daar op dit punt in mijn diens einde naderende leven geen fuck meer om geef..."
- "En de Martin Luther King-luchtsluis? Is die wel deftig afgesloten?!"
- "Man, wat maakt het in godsnaam uit?! Denkt ge dat de Ruski's het schip zullen plunderen misschien?! Laat Houston zich daarover de kop breken en mij vooral gerust!"
- "Maar Buck Thompson..."
- "Bakkes, Frank! We zijn op sterven na dood en het enige waarover gij zit te leuteren is het energiebeheer en de diefstalpreventiemogelijkheden van dat kutruimteschip! Ge zou godverdomme beter eens nadenken over uw eigen idiotie en hoe ge ons in deze situatie verzeild hebt doen raken nu ge nog kunt, vooraleer het zuurstoftekort uw keel toestropt! Alsof ik überhaupt iets geef om de Christina Aguilera-thermos of het Frank De Boosere-opblaasmatrassjoepapken! Ik heb niet veel meer nodig hoor vriend, om finaal door te slaan...!"
- "Ah... euh... dan zal ik maar niet..."
- "Wat?! Kom, zeg het: wat nu weer?!" blafte Buck Thompson.
- "Wel, ik wou het eerst niet zeggen, maar..."
- "Toch zou ik u willen aanraden dat wel te doen, vooraleer ik de Ayrton Senna-helm van uw kop trek en het ruimtevacuüm nog een handje toesteek door uw keel zo hard toe te knijpen dat uw kop als een champagnekurk van uw romp schiet!"
- "Een snottebel..."
- "Wat?"
- "Er hangt een snottebel aan uw neus, Buck Thompson..."
Buck Thompson keek Frank Verminnen verbijsterd aan. Een snottebel?
"E-Een snottebel...?"
Buck Thompson sloeg lijkbleek uit. Het was nog niet erg genoeg dat hij zijn dood tegemoet dreef, het was zelfs nog niet erg genoeg dat hij die tegemoet dreef in het gezelschap van deze volslagen randdebiel, maar dat hij die nu ook nog tegemoet dreef met een brokje gedroogd snot aan zijn neus, vond hij zo mogelijk nog het ergst van al. De wetenschap dat het ruimtepak dat hij nodig had om nog enkele laatste uren adem te halen, hem tegenhield het snotbrokje weg te pulken was niets minder dan een psychologische martelgang.
"Ach, zo erg is dat toch niet?" had Frank nog geprobeerd.
- "Ge kon godverdomme weer uw vuil Vlaams bakkes niet dichtgehouden hebben zeker, gij stomme aaltsommelier dat ge daar zweeft! Hoe een uitzichtloze situatie in één zin helemaal om zeep te helpen, met Frank Verminnen! Had ik godverfuck de Dirk Frimout-moersleutel in mijn handen gehad, ik duwde hem zo ver in uw hol dat ge het ijzer proefde!"
- "Kop op, Buck Thompson! Laat ons de sfeer erin houden. 1, 2, 3, van je ras-ras-ras rijdt de koning door de plas...!"
Maar het was alreeds te laat: Buck Thompson had zijn helm losgemaakt, nog snel het snotbrokje afgeveegd en op de voorkant van Franks helm gewreven, alvorens zijn trieste lot te ondergaan.
En zo zweefden Frank Verminnen en het lijk verder, op de tonen van 'Twee emmertjes water halen', totdat ook Frank overleed aan de gevolgen van een Russische satelliet die hen overhoop had gevlogen.
"...en het eind van de staart en de staart van de geit en de geit van de stal en de stal van het huis en het huis van de heer en de heer van de juf en de juf van de veer en de veer van het jong en het jong van het ei en het ei van het nest en het nest van het blad en het blad van de twijg en de twijg van de tak en de tak van de boooooooooooooom... -hijg- En de boom staat op de bergen...!"
- "Frank, serieus..."
- "...haaa-li-ha-lo!"
- "Frank...!"
- "En de boom staat op de bergen...!"
- "Frank, godverdomme!"
- "...haaa-li-ha..."
- "FRANK!!!"
Buck Thompson was wat overspannen. Logisch ook. Frank en hij zweefden nu al twee uur rond in het Grote Zwarte Niets. Hij kon nog steeds niet geloven dat Frank zijn hand had gegrepen en dus zijn leven gered.
"Ik kan nog steeds niet geloven dat ge mijn hand hebt gegrepen en dus mijn leven gered..."
Maar dat Frank daarna de handgreep van het toegangsluik van het ruimteschip domweg had losgelaten, daar kon hij met zijn verstand niet bij.
"...maar dat ge daarna de handgreep van het toegangsluik van het ruimteschip domweg hebt losgelaten, daar kan ik met mijn verstand niet bij."
Hoe verstrooid kan je tenslotte zijn.
"Hoe debiel kunt ge tenslotte zijn, stomme lul?!"
Frank Verminnen was weliswaar al jaren een succesvol gevechtspiloot geweest, zeer tot de verbazing van zijn oversten overigens, maar als astronaut was hij nog bijzonder groen achter de oren. Buck Thompson daarentegen was een oude rot in het vak, bezig aan zijn twaalfde missie, die bovendien een eigen stuwraket naar zich vernoemd had gekregen. Hoewel hij die eer nooit echt als een eer beschouwd had, vond hij het nog altijd beter dan de eer die Michael Collins, de derde man van de Apollo 11-missie te beurt was gevallen. Collins was de derde man in die maanlander, naast Neil Armstrong en Edwin "Buzz" Aldrin, die als eersten de maan betraden. Collins was het ruimtetuig niet uitgekomen omdat hij de hele missie lang dermate last had van acute angstdiarree dat hij meer op het allesbehalve praktische astronautentoilet in het schip had gezeten, dan dat hij gezellig met zijn collega's kon klaverjassen tussendoor, laat staan het maanoppervlak betreden. Om de man toch iets van eerbetoon te geven stonden de latrines in de Amerikaanse ruimtetuigen sindsdien bekend als Collins. Nee, dan liever een stuwraket, had Buck Thompson gedacht.
En zo dreven de twee steeds verder weg van het ruimteschip.
"Hebben we eigenlijk de John F. Kennedy-boordcomputers op stand-by gezet voor we naar buiten gingen, Buck Thompson?"
- "Frank, ten eerste: Buck volstaat, en ten tweede: wat maakt dát in godsnaam uit?"
- "Al die energie die verloren gaat?!"
- "Ge zult het mij vast vergeven als ik daar op dit punt in mijn diens einde naderende leven geen fuck meer om geef..."
- "En de Martin Luther King-luchtsluis? Is die wel deftig afgesloten?!"
- "Man, wat maakt het in godsnaam uit?! Denkt ge dat de Ruski's het schip zullen plunderen misschien?! Laat Houston zich daarover de kop breken en mij vooral gerust!"
- "Maar Buck Thompson..."
- "Bakkes, Frank! We zijn op sterven na dood en het enige waarover gij zit te leuteren is het energiebeheer en de diefstalpreventiemogelijkheden van dat kutruimteschip! Ge zou godverdomme beter eens nadenken over uw eigen idiotie en hoe ge ons in deze situatie verzeild hebt doen raken nu ge nog kunt, vooraleer het zuurstoftekort uw keel toestropt! Alsof ik überhaupt iets geef om de Christina Aguilera-thermos of het Frank De Boosere-opblaasmatrassjoepapken! Ik heb niet veel meer nodig hoor vriend, om finaal door te slaan...!"
- "Ah... euh... dan zal ik maar niet..."
- "Wat?! Kom, zeg het: wat nu weer?!" blafte Buck Thompson.
- "Wel, ik wou het eerst niet zeggen, maar..."
- "Toch zou ik u willen aanraden dat wel te doen, vooraleer ik de Ayrton Senna-helm van uw kop trek en het ruimtevacuüm nog een handje toesteek door uw keel zo hard toe te knijpen dat uw kop als een champagnekurk van uw romp schiet!"
- "Een snottebel..."
- "Wat?"
- "Er hangt een snottebel aan uw neus, Buck Thompson..."
Buck Thompson keek Frank Verminnen verbijsterd aan. Een snottebel?
"E-Een snottebel...?"
Buck Thompson sloeg lijkbleek uit. Het was nog niet erg genoeg dat hij zijn dood tegemoet dreef, het was zelfs nog niet erg genoeg dat hij die tegemoet dreef in het gezelschap van deze volslagen randdebiel, maar dat hij die nu ook nog tegemoet dreef met een brokje gedroogd snot aan zijn neus, vond hij zo mogelijk nog het ergst van al. De wetenschap dat het ruimtepak dat hij nodig had om nog enkele laatste uren adem te halen, hem tegenhield het snotbrokje weg te pulken was niets minder dan een psychologische martelgang.
"Ach, zo erg is dat toch niet?" had Frank nog geprobeerd.
- "Ge kon godverdomme weer uw vuil Vlaams bakkes niet dichtgehouden hebben zeker, gij stomme aaltsommelier dat ge daar zweeft! Hoe een uitzichtloze situatie in één zin helemaal om zeep te helpen, met Frank Verminnen! Had ik godverfuck de Dirk Frimout-moersleutel in mijn handen gehad, ik duwde hem zo ver in uw hol dat ge het ijzer proefde!"
- "Kop op, Buck Thompson! Laat ons de sfeer erin houden. 1, 2, 3, van je ras-ras-ras rijdt de koning door de plas...!"
Maar het was alreeds te laat: Buck Thompson had zijn helm losgemaakt, nog snel het snotbrokje afgeveegd en op de voorkant van Franks helm gewreven, alvorens zijn trieste lot te ondergaan.
En zo zweefden Frank Verminnen en het lijk verder, op de tonen van 'Twee emmertjes water halen', totdat ook Frank overleed aan de gevolgen van een Russische satelliet die hen overhoop had gevlogen.
2 reacties:
ik vraag mij dan af of uw inspiratie voor zo'n verhaal komt bij een eeuwige vraag naar hoe een astronaut in godsnaam zijn neus snuit als hij op trok is? :)
Emily
zaaalig :D
Blijven gaan Backer !!
Een reactie plaatsen