We troffen Torben Rolvaag aan, 22 meter hoog in het gebladerte van het Braziliaanse regenwoud. Ik en de zeven andere reddingswerkers waren elf dagen voordien vertrokken, op zoek naar de Deense natuurfotograaf. Er was in geen dagen radiocontact geweest en men wilde niets aan het toeval overlaten.
"Meneer Rolvaag! Bent u het?! Hoort u mij?!"
- "De koffie mag je op het dressoir achterlaten, Lena, dank je!"
Rolvaag stond bekend om zijn wereldvreemdheid, en zijn verstrooidheid was schier legendarisch. Legendarisch voor de grote massa, maar toch vooral strontvervelend als je er net elf dagen jungle hebt opzitten.
Later onderzoek bracht aan het licht dat Lena zijn huishoudster was, die overigens veertien jaar voordien al de pijp aan Maarten had gegeven. Toen Rolvaag destijds de stront onder haar opgehangen lichaam aantrof, was zijn eerste en enige opmerking dat Lena die dag blijkbaar een plekje vergeten kuisen was, en dat dit zich zou vertalen in een ernstige reprimande dan wel een lichte doch duidelijk voelbare salarisverlaging. Pas toen Lena twee dagen later nog steeds niet was komen opdagen en desbetreffend plekje een nu toch echt niet meer te harden geur verspreidde, had hij haar koude, reeds opgesteven lichaam opgemerkt. Zijn hoofdbekommernis was of hij haar die laatste twee dagen nog moest uitbetalen of niet.
Om maar een voorbeeld te geven van zijn verstrooidheid. Hardvochtig was hij allerminst.
"U begrijpt de situatie niet, meneer Rolvaag! Wij zijn een reddingsteam, op zoek naar u! We hebben net elf dage..."
- "Het dressoir wacht op de koffie, Lena."
Eén van de andere reddingswerkers - nét degene die een testikel was kwijtgespeeld toen hij twee dagen eerder, kniehoog in het water van de Amazone staand in diezelfde rivier stond te pissen en verrast werd door een school piranha's - verloor zijn geduld.
- "Hoepel toch op met uw Lena, ouwe sok!! Maakt dat ge beneden zijt of ik kom naar boven!!"
- "Rustig Branca, denk aan die etterende wonde ter hoogte van je scrotum... Stress is wel het laatste wat je wil in dergelijke situaties."
- "Ja," onderbrak Volders, de zelfverklaarde grappenmaker van het team, "want eens die bal (!) aan het rollen gaat..."
Nadat Volders K.O. gegaan was en de zeven anderen een plan bedacht hadden - zijnde dat iemand van ons naar Rolvaag toe zou klimmen - besloten we over te gaan tot de meest democratische selectiemethode in dit universum:
O'Brien (de expeditieleider): "Goed, ik heb een getal tussen één en vijftig in mijn hoofd..."
Branca (de ei zo na geheel ontmande rivierpisser): "Eén en vijftig?! Per bacco! Is dat niet een beetje overdreven?"
O'Brien: "Luister vriend! Als ge uw andere bal ook de Amazone wilt zien invliegen, moet ge het maar zeggen!"
Branca: "Oké oké..."
Ik (mezelf): "Jamaar wacht, wie mag er dan eerst kiezen?"
Mercer (de toxicoloog): "We kunnen misschien eerst daar om loten om dan..."
Ik: "...nog een tweede keer te loten om wie nu uiteindelijk (letterlijk) de boom in kan?"
Mercer: "I see your point..."
Branca: "Jamaar wacht, ik heb er hier al een bal bij ingeschoten! Ik vind dat ik sowieso vrijgesteld ben van deze klus..."
Klinge (de antropoloog): "Aber... Waart gij het niet die hem zou komen halen als hij niet snel uit die boom zou komen?"
Branca: "Euh... ja, maar..."
O'Brien: "Ja kom, 't is al goed. Laat dat Italiaanse grietje maar beneden. Ge weet nooit dat hij - met wat er nog van zijn zak overblijft - aan een tros bananen blijft haken en hij helemaal niks meer heeft tegen dat hij weer beneden is..."
Volders (die ondertussen weer bijgekomen was): "Hahahaha!"
...waarop Branca Volders ten tweede male K.O. sloeg.
Klinge: "Dat zijn er dan al twee die niet naar boven moeten..."
O'Brien: "Hoe zit het?! De Backer! Begint gij!"
Ik: "Euh... achtenveertig?"
O'Brien: "Juist!! Begin maar te klimmen..."
Een uur later zat ik op een tak, anderhalve meter verwijderd van Rolvaag, die niet op een tak zat maar hoog boven de Braziliaanse grond bengelde, hangend aan een katrol, en momenteel druk bezig wanhopig door de lens zijner camera te turen.
"Zo, daar zijn we dan, meneer Rolvaag."
- "Huh? Wat? Wie bent u?"
Na hem het hele verhaal gedaan te hebben, besloot hij dat alleen hijzelf, hoogstpersoonlijk, naar de buitenwereld toe, licht zou kunnen laten schijnen op deze zaak. Eenmaal beneden (ik zat nog boven, aangezien twee man tegelijk laten afdalen nogal riskant was) herinnerde hij zich echter dat zijn kist met materiaal en verzamelde specimens zich nog boven in het bladerdak van het woud bevond.
"Bevestig ze maar aan de katrol, jongeman, en laat maar komen!"
Ik deed wat me gevraagd werd, verwachtend dat Rolvaag niet langer bevestigd was aan het andere uiteinde van het touw. Helaas. In zijn verstrooidheid was Rolvaag vergeten zich uit het harnas te bevrijden, en terwijl de kist, die nu allicht véél zwaarder was dan voordien en het gewicht van de tengere Rolvaag zonder twijfel overschreed, naar beneden stortte, schoot Rolvaag, nog steeds gezeten in het harnas en het touw nog in de hand, als een pijl omhoog.
Toen de kist (half vernield) beneden was, zat Rolvaag dus bovenin het gebladerte, met zijn vingers verbrijzeld tussen de katrol. Doordat de kist half vernield was en de inhoud ervan deels verspreid lag op de bodem van het woud, woog ze intussen weer minder dan de onfortuinlijke fotograaf, waardoor zij weer ten hemel opsteeg en Rolvaag, wiens vingers uitgerukt werden door zijn eigen gewicht, de andere kant opging. Na nog een klap van onder gekregen te hebben (van de opstijgende kisthelft), kwam hij onzacht neer op Braziliaanse bodem. Snel verwijderden we het harnas om hem eerste hulp toe te dienen, maar helaas was het harnas nog verbonden met het touw en viel hierdoor de halve kist weer helemaal naar beneden. Recht op het hoofd van dhr. Rolvaag.
Op slag dood.
Bij onze aankomst in Brasilia, elf dagen later, hadden wij van de reddingsploeg dan ook maar één ding te zeggen: "Geen spoor van Rolvaag..."
"Meneer Rolvaag! Bent u het?! Hoort u mij?!"
- "De koffie mag je op het dressoir achterlaten, Lena, dank je!"
Rolvaag stond bekend om zijn wereldvreemdheid, en zijn verstrooidheid was schier legendarisch. Legendarisch voor de grote massa, maar toch vooral strontvervelend als je er net elf dagen jungle hebt opzitten.
Later onderzoek bracht aan het licht dat Lena zijn huishoudster was, die overigens veertien jaar voordien al de pijp aan Maarten had gegeven. Toen Rolvaag destijds de stront onder haar opgehangen lichaam aantrof, was zijn eerste en enige opmerking dat Lena die dag blijkbaar een plekje vergeten kuisen was, en dat dit zich zou vertalen in een ernstige reprimande dan wel een lichte doch duidelijk voelbare salarisverlaging. Pas toen Lena twee dagen later nog steeds niet was komen opdagen en desbetreffend plekje een nu toch echt niet meer te harden geur verspreidde, had hij haar koude, reeds opgesteven lichaam opgemerkt. Zijn hoofdbekommernis was of hij haar die laatste twee dagen nog moest uitbetalen of niet.
Om maar een voorbeeld te geven van zijn verstrooidheid. Hardvochtig was hij allerminst.
"U begrijpt de situatie niet, meneer Rolvaag! Wij zijn een reddingsteam, op zoek naar u! We hebben net elf dage..."
- "Het dressoir wacht op de koffie, Lena."
Eén van de andere reddingswerkers - nét degene die een testikel was kwijtgespeeld toen hij twee dagen eerder, kniehoog in het water van de Amazone staand in diezelfde rivier stond te pissen en verrast werd door een school piranha's - verloor zijn geduld.
- "Hoepel toch op met uw Lena, ouwe sok!! Maakt dat ge beneden zijt of ik kom naar boven!!"
- "Rustig Branca, denk aan die etterende wonde ter hoogte van je scrotum... Stress is wel het laatste wat je wil in dergelijke situaties."
- "Ja," onderbrak Volders, de zelfverklaarde grappenmaker van het team, "want eens die bal (!) aan het rollen gaat..."
Nadat Volders K.O. gegaan was en de zeven anderen een plan bedacht hadden - zijnde dat iemand van ons naar Rolvaag toe zou klimmen - besloten we over te gaan tot de meest democratische selectiemethode in dit universum:
O'Brien (de expeditieleider): "Goed, ik heb een getal tussen één en vijftig in mijn hoofd..."
Branca (de ei zo na geheel ontmande rivierpisser): "Eén en vijftig?! Per bacco! Is dat niet een beetje overdreven?"
O'Brien: "Luister vriend! Als ge uw andere bal ook de Amazone wilt zien invliegen, moet ge het maar zeggen!"
Branca: "Oké oké..."
Ik (mezelf): "Jamaar wacht, wie mag er dan eerst kiezen?"
Mercer (de toxicoloog): "We kunnen misschien eerst daar om loten om dan..."
Ik: "...nog een tweede keer te loten om wie nu uiteindelijk (letterlijk) de boom in kan?"
Mercer: "I see your point..."
Branca: "Jamaar wacht, ik heb er hier al een bal bij ingeschoten! Ik vind dat ik sowieso vrijgesteld ben van deze klus..."
Klinge (de antropoloog): "Aber... Waart gij het niet die hem zou komen halen als hij niet snel uit die boom zou komen?"
Branca: "Euh... ja, maar..."
O'Brien: "Ja kom, 't is al goed. Laat dat Italiaanse grietje maar beneden. Ge weet nooit dat hij - met wat er nog van zijn zak overblijft - aan een tros bananen blijft haken en hij helemaal niks meer heeft tegen dat hij weer beneden is..."
Volders (die ondertussen weer bijgekomen was): "Hahahaha!"
...waarop Branca Volders ten tweede male K.O. sloeg.
Klinge: "Dat zijn er dan al twee die niet naar boven moeten..."
O'Brien: "Hoe zit het?! De Backer! Begint gij!"
Ik: "Euh... achtenveertig?"
O'Brien: "Juist!! Begin maar te klimmen..."
Een uur later zat ik op een tak, anderhalve meter verwijderd van Rolvaag, die niet op een tak zat maar hoog boven de Braziliaanse grond bengelde, hangend aan een katrol, en momenteel druk bezig wanhopig door de lens zijner camera te turen.
"Zo, daar zijn we dan, meneer Rolvaag."
- "Huh? Wat? Wie bent u?"
Na hem het hele verhaal gedaan te hebben, besloot hij dat alleen hijzelf, hoogstpersoonlijk, naar de buitenwereld toe, licht zou kunnen laten schijnen op deze zaak. Eenmaal beneden (ik zat nog boven, aangezien twee man tegelijk laten afdalen nogal riskant was) herinnerde hij zich echter dat zijn kist met materiaal en verzamelde specimens zich nog boven in het bladerdak van het woud bevond.
"Bevestig ze maar aan de katrol, jongeman, en laat maar komen!"
Ik deed wat me gevraagd werd, verwachtend dat Rolvaag niet langer bevestigd was aan het andere uiteinde van het touw. Helaas. In zijn verstrooidheid was Rolvaag vergeten zich uit het harnas te bevrijden, en terwijl de kist, die nu allicht véél zwaarder was dan voordien en het gewicht van de tengere Rolvaag zonder twijfel overschreed, naar beneden stortte, schoot Rolvaag, nog steeds gezeten in het harnas en het touw nog in de hand, als een pijl omhoog.
Toen de kist (half vernield) beneden was, zat Rolvaag dus bovenin het gebladerte, met zijn vingers verbrijzeld tussen de katrol. Doordat de kist half vernield was en de inhoud ervan deels verspreid lag op de bodem van het woud, woog ze intussen weer minder dan de onfortuinlijke fotograaf, waardoor zij weer ten hemel opsteeg en Rolvaag, wiens vingers uitgerukt werden door zijn eigen gewicht, de andere kant opging. Na nog een klap van onder gekregen te hebben (van de opstijgende kisthelft), kwam hij onzacht neer op Braziliaanse bodem. Snel verwijderden we het harnas om hem eerste hulp toe te dienen, maar helaas was het harnas nog verbonden met het touw en viel hierdoor de halve kist weer helemaal naar beneden. Recht op het hoofd van dhr. Rolvaag.
Op slag dood.
Bij onze aankomst in Brasilia, elf dagen later, hadden wij van de reddingsploeg dan ook maar één ding te zeggen: "Geen spoor van Rolvaag..."
3 reacties:
ALLRIGHT!!
schitterend einde! :)
Sins wanneer zijde gij een volwaardige schrijver geworden?
Zeer sterk geschreven en zoals altijd, en zoals we ook verwacht hadden, uitermate komisch.
Damn backer, vet blog jong, zit nog maar aan de helft, maar ik spaar de rest als beloning voor tussen het studeren ;)
Een reactie plaatsen