zondag 6 juli 2008

Maandagmorgen

Maandagmorgen. 8u56. Binnen vier minuten begint de les. Nog snel even naar het toilet. Ik loop de toiletten binnen en ga voor één der pissijnen staan. Rits open en de rakker bovenhalen. Tiens, wat is dat? Hm... Het is vast niets. Oh, even genieten. Niets zo leuk als uitgesteld wateren. Geklater op het porcelein. Twee-drie keer uitschudden, rits toe en weg. Of nee, toch nog even in de spiegel kijken. Puistje uitknijpen. Bah. Gekrabbel op de muur. 'Els is een hoer!' Ongetwijfeld. Ik ken geen Els. En zelfs al kende ik een Els, geld heb ik toch niet. En de behoefte om mij op te houden in het gezelschap van hoeren al evenmin.
Toch even de handen wassen. Het is niet mijn gewoonte. 't Is tenslotte mijn piemel; vuil vind ik 'm niet. En op mijn handen pissen doe ik ook niet. Ik zie niet goed in waarom ik dat zou doen. En als anderen op hun handen pissen, waarom moet ik dan de mijne wassen, als ze toch vuil gaan worden?
Man, je ziet er slecht uit. Doe er iets aan. Ja, maar wat. Ik heb geen probleem met hoe ik er uit zie, het zijn de mokkels die er een probleem van maken. Stomme wijven.
Handen afdrogen en snel de speelplaats over. 8u59. Nog één minuut en de klucht gaat weer beginnen. Wat zit ik hier te doen? Ik kan wat ik zou willen doen, maar ik heb een stukje papier nodig om het te mogen doen. En maar buizen. Liever pieken en dalen dan voor alles net de helft halen. Extra leren? Liever wat genieten van mijn jeugd, nu ik nog kan.
Niemand wil een middenmoter. Je moet je talenten uitbuiten. Wat je niet kan, is niet aan je besteed. Wat ben je er mee als je het toch niet kan? Het klopt niet. Het hele systeem klopt niet.
De bel. Naar het lokaal slenteren. Die en die eikel zien. Toch hallo zeggen. Ze zijn zo slecht nog niet. Mijn humeur daarentegen.
Het boeit me niet, mens. En jou nog veel minder blijkbaar. Zelden zo'n gebrek aan motivatie gezien. Als het jou niet interesseert of we het kennen of niet, waarom moeten we dan ons jaar overdoen als we één percent te weinig halen voor je slecht uitgelegd strontvak? X en y, wat kan het mij bommen. Wat zijn die letters? Een letter is een klank, geen verrekt cijfer. Waarom dingen verzinnen die ze niet zijn.
Ah, x is 14. Al een geluk! Ik zou vannacht niet kunnen slapen hebben, als ik het niet had geweten. Kut. En 14 wat? 14 patatten of 14 dampende paardenvijgen? Want ik zou weten wat te kiezen als mijn moeder ze vanavond op mijn bord legt. Nee, 14, punt. 14 niets.
Dan maar wat naar Lotte kijken. Mooi meisje. Niets voor mij. Of nee, ik niets voor haar. Spijtig van de oorringen, maar al bij al vallen ze nog mee. Naturel is beter.
Tjonge jonge, wat ik met haar zou doen... Ho, oppassen maat. Straks is de les weer gedaan en moet je de klas uit. En dus rechtstaan. Gaat nogal moeilijk met een bescheiden bobbel.
Dooie katten, dooie katten, dooie katten, dooie katten, dooie katten. Demis Roussos, bloot op de sofa. Pfioew.
Agenda. Lesonderwerp: Shit. Tegen morgen: méér shit. Overschrijven van Jan.
De bel. Engels. Valt al bij al nog mee. Niets nieuws, maar ach, 't is gelukkig geen wiskunde. Leerkracht ziek. Studie.
Briefjes schrijven naar medestudentes. Lotte? Nee, daarvoor ken ik haar niet genoeg. Vindt ze vast raar. 'Hey! Dag schoonheid, alles ok?' Schoonheid... Vinden ze altijd grappig. Het is dan ook totaal van de pot gerukt. Wie spreekt nu op zo'n manier iemand aan?
Hm, die nagel is nogal lang. Even bijwerken. Zo, beter. Antwoord! 'Ja hoor, met jou? Je ziet er nogal somber uit vandaag.' Somber. Valt wel mee. Beetje slechtgezind, maar het betert. Blij dat ik jou heb. 'Ach, gaat wel. Hoe gaat het op amoureus vlak?' Toch eens polsen. Ik maak dan wel geen kans, maar ik mag toch dromen?
'Een lief sinds dit weekend!' en dan een hele uitleg over hoe mooi en leuk hij wel is. Wil ik niet weten. Vertel mij liever hoe mooi en leuk je mij vindt. Nog nooit een zwarte op een fiets gezien. Hoe kom ik daar ineens bij? Toch eens op beginnen letten. En niet weerschrijven naar dat meisje. Mijn interesse stopt waar andere jongens in haar leven beginnen.
Waar zit Lotte ergens? Links vooraan. Spijtig dat ik haar gezicht niet zie. Dat kleedje staat haar wel goed. Ik heb het voor kleedjes. Mooie rug. Mooie nek. Ik heb het voor vrouwennekken.
Een zwarte in een massasprint. Hehe. Ik heb het voor zwarten. Ik versta geen racisten. Was ik maar zwart.
Tekenen. Cartoontje. Hm... De handen zijn iets te klein. Maakt niet zo veel uit, maar toch... Doorgeven naar Bert. 'Geniaal!' onderaan het blad. Yes.
Is blauw dezelfde kleur voor hen als voor mij? Zien zij blauw niet als rood? En is blauw voor hen dan een warme kleur? En rood een koude?
Eén zandkorrel is onzichtbaar op een strand. Wat als ons melkwegstelsel één korrel zand is op een veel groter strand. En er dus nog veel meer is dan dat strand?
Die vlieg gaat er van hebben. Ja! Dood. Vreemd. Ik zou het niet mogen doen. De macht om te beslissen over leven en dood. Wat als vliegen écht meer voelen dan wij denken dat ze voelen? Op een heel ander niveau. Kalmaan, 't Is nog maar maandagmorgen. Dit is niet het moment om... De bel. Nu al? Vreemd.
Balletje trappen met de maten. Wel niet te actief. Geen zin in zweet. Me niet kunnen inhouden. Zwetend de klas weer binnenkomen.
Dit is niets voor mij. Later wordt alles beter. Cartoontje tekenen. Mislukt. Opnieuw beginnen.

1 reacties:

Tom zei

Wat dat serieus dat vorig artikel(cap griz-nez)? Mss omdat ik in 't geheel niet verliefd bent dat ik zulke weekheden niet meer begrijp.

Is er iemand in 't spel?