zaterdag 5 juli 2008

Liefde op moleculair niveau

'Het leven van een amoebe is al bij al vrij saai. Heel de tijd van uitzicht veranderen en af en toe eens een voedselvacuole vormen, dat kunnen we ja, maar eens een stevig potje raggen; ho maar! Nee, celdeling. Ongeslachtelijk. Dat is nog minder dan rukken.
En zelfs al had ik een geslacht, dan nog... Een amoebe met een piemel is ook geen gezicht. Of een uit de kluiten gewassen vagijn. Alsof ik er nog niet vreemd genoeg uit zie.
Neen, het leven van een amoebe is geen lachertje. Je gaat dan wel de geschiedenis in als het begin van alle leven, maar wat heb je uiteindelijk aan de gave van de voortplanting als er geen neukhol aan te pas komt om eens stevig te penetreren. En geen tieten te bespeuren.
Ik weet de geneugten van een plompe tiet anders best te waarderen, hoor. Of een stel billen waar je een fiets tussen kan parkeren! Want jawel, deze jongen heeft het voor dikke konten. Vreemd eigenlijk; een amoebe die van dikke konten houdt, maar ach, er zijn vreemdere dingen denkbaar: een amoebe met een piemel bijvoorbeeld.
Wij amoebes behoren tot de zogenaamde wortelpotigen. Wat wil dat nu weer zeggen?! Ik zou godverdomme wel weten waar ik die wortel zou kwijt kunnen, hoor!
Romantiek? Geen tijd voor, vriend. Voor je het weet, is je leven weer voorbij. En wij amoebes kunnen weten, noch denken. Volgens Descartes zouden we derhalve ook niet kunnen zijn, maar die ouwe Franse zak zal wel van gedachten veranderen als ik zijn wijf de nacht van haar leven bezorg!'
- 'Kom kom, nu gaat u toch echt te ver.'
- 'Pardon?'
- 'Uw gastcollege over liefde op moleculair niveau is zonder meer interessant, meneer...'
- 'Professor.'
- '...professor Fläh-Moess, maar ik heb de indruk dat u zich iets te zeer inleeft in uw rol. Ik ben er helemaal niet van overtuigd dat de studenten moleculaire microbiologie hier iets aan hebben.'
- 'Hoe durft ge zoiets beweren, stom wijf dat ge daar staat?!'
- 'Professor, ik denk niet dat...'
- 'Ge denkt niet, punt. Zelfs dat hebben wij amoebes voor op u, gij boertige zeug!'
- 'Professor Fläh-Moess, nu gaat u toch écht te ver. Dat u mij beledigt, tot daar aan toe, maar flagrante leugens op moleculair niveau verspreiden, dat gaat me te ver! Eruit!'
- 'Eruit?! Wacht, kom hier dat ik u een oorvijg geef met één van mijn papier-maché schijnvoetjes, gij verlept androchiem met uw naar rotte bloemkool ruikende gleuf!'
- 'Dit soort obsceniteiten zijn hier allerminst gewenst, professor! Ik zou u willen verzoeken de aula te verlaten! U bent hier onder toekomstige academici en bent allesbehalve een stichtend voorbeeld voor...'
- 'Och, hou toch op, verdoefte wrattenkont. Ik ben al weg. Maar als mijn amoebekostuum de busrit niet overleeft, dan hebt gij, en gij alleen, het aan uw rekker hangen, vorte strontkut dat ge daar staat. Dat gaat u een ferme noot kosten!'
- 'Eruit! Nu!'

Nadat professor Fläh-Moess de aula verlaten had en dokter Marlies Stofregen een bescheiden dosis kalmeermiddelen tot zich genomen had, leek de rust in de aula weer te keren. Even bleef het stil, maar de chaos deed haar herintrede toen dokter Stofregen een hartaanval kreeg nadat een student op de achtste rij gevraagd had of hij voor zijn eindwerk ook een voorstelling in amoebekostuum mocht doen.

1 reacties:

evelien g zei

Wederom een sterk en zeer grappig stukje. Meer van dat!