vrijdag 25 juli 2008

Het duel

"Schiet dan, lafbek! Uw grimas verraadt de kramp in uw arm!" Cowboy Frans had er nu wel schoon genoeg van.
- "Ha!" antwoordde cowboy Jos, die tegenover hem stond, maar dan enkele meters verder, "Ik kan langer wachten dan gij, gij scabreuze vuilak! Uw kop is reeds in dermate vergevorderde staat van verbranding dat de huid uwer voorhoofd in lange reepjes van uw gezicht valt!"
- "Ha! Dat is slechts schijn, gij overmaatse gatpuist dat ge daar staat! Ik heb voor aanvang van dit duel mijn kop met een rol isolatie, ge weet wel, van die glaswol of hoe noemt het, ingewreven en DAT is de verklaring voor de roodheid mijner kop! Wat hebt ge daar op te zeggen, schalkse schavuit van kus mijn gat?!"
- "Ha! Dat verklaart nog steeds niet waarom die reepkens vel het vette, ongewassen, van etterende puisten vergeven oppervlak uwer kop ontvluchten!"
- "Ha! Omdat ik na die rol isolatie ook met een eenvoudige kaasrasp langs mijn voorhoofd gewreven heb!"
Dat was voor Jos de plots opgedoken stortvlaag die de emmer deed overlopen. Frans was zich er terdege van bewust geweest dat Jos' eerste wijf destijds omgekomen was bij een bizar kaasraspongeval. Overmand door woede ging Jos verbaal in de tegenaanval, en dat Frans er zou van gaan lusten, dat stond buiten kijf!
- "Dit zet ik u betaald, gij... gij... schaap!"
- "Schaap?"
- "Trek van leer, gij vuile... notaris!"
- "Notaris? Schaap?! Wat... hoe... huh??"
- "Baguette! Flitspaal! Stropdas!"
Frans leek wel aan de grond genageld.
- "Ha! Ja! Nu... Nu staat ge daar schoon, he! Met uw gezicht zodanig opgespannen dat uw neusbeen alle minuten kan barsten onder de fenomenale druk die uw gezichtsspieren erop uitoefenen, gij...!
- (in zichzelf mijmerend) "St-stropdas...?"
- "Schiet dan!"
- "Schiet gij! Wat let u, gij hoerenlopende strontschepper?!"
Bijna had Jos geschoten en was het gedaan met de vete tussen beide cowboys die het kleine dorpje reeds 52 jaar in haar greep hield, doch Jos kon zich beheersen.
- "Eerst wil ik mijn drie knikkers - waaronder één superkabel - terug!"
De spanning bereikte haar hoogtepunt. Het was eruit. De laatste aanwezige dorpsbewoners - de weinigen die over dermate stalen zenuwen beschikten die maakten dat zij dit duel hadden kunnen blijven aanschouwen - zochten dekking. Mensen die vanuit een raam hadden toegekeken, sloten dit en maanden hun kinderen aan onder het bed te kruipen, of toch minstens een pan of pot op het hoofd te zetten ter bescherming van... ja, van God weet wat, maar positief zou het niet zijn!
- "Nooit! Nooit ziet ge uw knikkers terug! Ik heb u destijds gezegd dat sjoezen niet mocht! En toch deed ge het, gij vermaledijde klootzak! Ge dacht dat ik het niet in het snotje had, omdat ik net de hoek aan het berekenen was waaronder ge diende te schieten om mijn knikker te raken, omdat hij achter een klein steentje lag en ge hem normaal nooit kon raken, WAT OOK NIET GEBEURD IS want schampen is niet raken! Maar ik heb het gezien, gij mongoloïde castraat met uw rotsmoel en uw vorte snor die ge weigert uit te wassen! Sjoezen mocht niet!"
- "Sjoezen mocht wél! Zo speelde ik altijd! Dat was geweten!"
- "Oh! Hoe durft ge het zo schaamteloos uit uw mond kakken - want DAT IS HET!! - gij manke potloodventer van het zevende knoopsgat! Schiet, zeg ik u!"
- "Nooit!"
- "Als ge niet gaat maken dat ge uw knikker geschoten hebt, dan blijft deze vete eeuwig duren, en ge weet wat onze wijven gezegd hebben!"
- "Ik weet het, ik weet het... 'Hoe zit dat nu met die knikkerwedstrijd? Is die nu eigenlijk al afgelopen? En zo ja, hebt ge gewonnen?'"
- "'...en als ge niet wint, moet ge niet denken dat ge nog één keer mijn pruim moogt aanschouwen. Geen losers in mijn bed!'"
- "Klotewijven..."
- "Amai nog niet... Kom schiet jong, dat we hier weg zijn... Als ge mijn merbol raakt, geef ik u drie knikkers en misschien - het hangt er van af hoe haar pruim er vanavond bijhangt - eveneens mijn wijf"
Moegestreden legde Jos aan. Niet zozeer omdat hij zijn eigen - tweede! - wijf beu was en de pruim van Frans' wijf toch minstens 2cm - en dat was dan nog bij lichte wind! - verder van haar knieën verwijderd was, wat dus een best aardige vooruitgang was ten opzichte van de preut zijner wijf, die zich stilaan ter hoogte van haar schenen (!) bevond, maar om de vete te beëindigen en, wie weet, zijn lang ontbeerde knikkers te heroveren.
Net toen de knikker Jos' hand verliet, schreeuwde Frans: "Gesjoesd! Vuile smeerlap...!" En terwijl een regen van vuisten op cowboy Jos nederdaalde, raakte zijn knikker die van Frans.
Maar het was reeds te laat. Toen beide mannen uren later weer bij bewustzijn kwamen, waren beider huisdeuren en -ramen vergrendeld, beide knikkers verdwenen en was er geen preut te zien.
En daar kon geen lichte wind iets aan veranderen.

0 reacties: