zaterdag 26 juli 2008

Botanica in het zwembad

Woefdram was niet zomaar een botanicus. Hij was een botanicus verbonden aan de Koninklijke Serres, ofte de persoonlijke achtertuin van Zijne Majesteit de Koning, die zich momenteel in het stedelijk zwembad van Wetteren bevond. Niet de koning natuurlijk, ik doelde op Woefdram. Wat zou de koning in hemelsnaam te zoeken hebben in het stedelijk zwembad van Wetteren? Wat heeft IEMAND überhaupt te zoeken in het stedelijk zwembad van Wetteren??
Een nieuwe algensoort.
Woefdram en ik kenden elkaar al lang. We hadden school gelopen aan dezelfde universiteit, hadden dezelfde echelons in ons vakgebied (planten) doorgelopen en werden beiden autoriteiten ter zake. Niet dat we elkaar kenden, laat staan tutoyeerden. Dat kwam pas veel later, een jaar of dertig geleden. Toen raakten we na afloop van een congres aan de praat, en sindsdien waren we vrienden.
Vandaag bevonden we ons in het stedelijke zwembad te Wetteren, beiden gekleed in duikerspak én labojas - want wetenschapper ben je 24 uur per dag.
"Het lijdt geen twijfel", sprak Woefdram, "dat we hier te maken hebben met ernstige algenvorming. En wat erger is: ik zou begot niet weten om welke algensoort het hier gaat."
Op zijn vraag of ik misschien wél wist welke soort het hier betrof, kon ik niet anders dan ontkennend antwoorden. Algen zijn nooit mijn ding geweest. Zeker niet als ze zich ophouden op plaatsen als het stedelijk zwembad van Wetteren. WETTEREN, in godsnaam!
- "Wat ik wél weet," antwoordde ik, "is dat niemand het lijk op de bodem van het zwembad opgemerkt heeft. Sterker nog: dat niemand de kale plek op zijn verder bijzonder behaarde rug opgemerkt heeft."
Nu ben ik sowieso al geen fan van het stedelijk zwembad van Wetteren, maar als er zich daarenboven nog eens onguur volk in schuilhoudt - dan nog lamlendig liggend op de bodem, wat in mijn ogen al helemaal geen pas geeft - en bovendien zo dood als een pier, dan kan de zaak bij deze jongen niet snel genoeg opgehelderd zijn.
"Het lijkt me dan ook evident," ging ik verder, "dat deze mysterieuze nieuwe algensoort niets meer is dan rughaar dat zich - en vergeef mij de uitdrukking - omdat het "DOOR DE BOMEN HET BOS NIET MEER ZAG" (ik als botanicus gebruik al eens gaarne een gezegde verwant aan mijn vakgebied) afgescheurd heeft van zijn of haar, of HUN (!), soortgenoten die nog steeds met hun wortels stevig in 's mans rugoppervlak staan. Eens te meer ziet men dat, ook in de wondere wereld van lichaamsbeharing, gebieden met een gigantische "bevolkingsdichtheid" niet gevrijwaard blijven van emigratie. Daarvoor moet men allerminst een aardrijks-, stedenbouwkundige of God weet wie zich in die materie verdiept, zijn.
- "Verder onderzoek zal uitsluitsel brengen", concludeerde Woefdram, waarmee wat ons betrof de kous af was.
En terwijl Woefdram zich omkleedde, haalde ik het lijk ongezien uit het water, bracht het naar de koffer van mijn wagen, en trok ook ik mijn kleren aan, na uiteraard eerst alle vocht van mijn lichaam verwijderd te hebben.
Onderweg naar huis vroeg Woefdram nog waar die penetrante geur van chloor en lijk vandaan kwam. Ik deed alsof ik niets gehoord had en prees stilzwijgend de dag dat ik die marktkramer de kop had ingeslagen.
Als hij denkt dat ik zin heb om keer op keer nieuwe algensoorten te ontdekken vergist hij zich, godverdomme...!

4 reacties:

Anoniem zei

Waar háál je het godsamme! :p

Ik lees je met veel plezier


Tom

ThomaNs zei

same here!!!

Anoniem zei

VERNUFT!!

Nelson Polfliet zei

Vaardig werk, knap.