"HOEAAAAAARGH!"
Een oorverdovende schreeuw vulde de harten van zijn medegevangenen met angst en een brandend gevoel van mededogen en nieuwsgierigheid maakte zich meester van iedereen in celblok D. Na enige stilte kwamen de reacties aanvankelijk aarzelend, daarna sneller op elkaar volgend, op gang.
- "Gaat het?"
- "Kom op joh, je kan het!"
- "Alles oké, daar?"
- "Niet opgeven!"
- "Hoe ver staat 'ie al?"
- "Halfweg!" antwoordde zijn celgenoot.
Zwetend en met wangen, nat van de talrijke tranen die één voor één langs zijn gezicht naar beneden waren gelopen, alvorens met een nauwelijks hoorbaar "ping!" ter aarde te storten, maakte Marc een moegestreden indruk.
"Dit is -humpf..!- niet meer menselijk, Jos. Ik kan niet meer. Ik ben óp."
- "Komaan, nog even! Denk aan de anderen!"
- "De anderen?! Komt ge mij -hmmmpf..!- nu zeggen dat ik die rotdingen nog moet delen met anderen ook?"
- "Met het hele celblok, om precies te zijn..."
- "Met het héle cel-hijg..!-blok?! Kijk, ik vond het al vreemd dat ik -aaah..!- een postpakket toegezonden kreeg. Ik vond het nog vreemder dat het van mijn oom kwam, die tenslotte al elf jaar dood -areugl..!- is. En ik vond het zo mogelijk nóg vreemder dat er zich in dat pakket een gi-hoeaah...!-gantische taart bevond!
Om nog maar te zwijgen van mijn verbazing toen ik er drie sloffen sigaretten in aantrof..."
- "...die je meteen moest verbergen, toen de cipier een onverwachte controle deed."
- "Eén pakje sigaretten gaat nog, maar drie sloffen naar bi-hiii...!-nnen werken, zéker in een tijdspanne van slechts enkele minuten..."
- "Ge moogt nog van geluk spreken dat hij beginnen controleren is aan de andere kant van het blok..."
- "Hé! Hoe zit het daar met die saffen?!"
- "UW MUIL, BOSMANS! Volgende keer mogen ze hun taart naar u opsturen, eens zien of gij het beter oplost!"
- "Al goed, al goed... Ge moet niet kwaad worden, ik vroeg het maar..."
- "Hoeveel houden wíj er eigenlijk aan over?"
- "Twee sloffen van acht pakjes, één van tien... dat zijn in totaal 26 pakjes, maal 25... 650 sigaretten, te verdelen onder 82 gevangenen... Net geen acht saffen per man, Marc."
- "ACHT?! Zit ik hier de ziel - en drie sloffen - uit mijn lijf te kakken voor ACHT saffen?!"
- "Niet zaniken! Niemand heeft je gedwongen die sloffen op te vreten!"
- "Bek toe, Van As!"
- "Ergens heeft hij wel gelijk natuurlijk, ge had de sigaretten meteen uit de pakjes moeten halen en verstoppen in uw kussensloop..."
- "Jos, dit is niet het moment om te mekkeren over wat ik wel of niet had moeten doen..."
- "...het gevaar dat de saffen breken is natuurlijk aanzienlijk verminderd doordat ge ze per pakje hebt ingeslikt - zo ziet ge maar dat die kortstondige carrière in de (homo)seksindustrie toch haar vruchten heeft afgeworpen!"
- "JOS, SERIEUS: UW BAKKES! ER HANGT EEN SLOF RODE BASTOS HALFWEG UIT M'N GAT TE BUNGELEN EN..."
-plons-
Je kon een speld horen vallen in celblok D, toen de eerste slof in het water van het brilloze porcelein terechtkwam. Toen barstten de vreugdekreten los...
- "Hoera!"
- "Leve de Marc!"
- "Hier die saffen!"
- "Go Bart!"
- "'t Is Marc, Bosmans..."
- "Zijn er lucifers?!"
Het hele celblok verstomde. Terwijl Marc de twee overige sloffen uit zijn hol perste - wat aanzienlijk vlotter ging dan het geval was bij de eerste - kwamen de anderen tot het besef dat ze nu dan wel saffen hadden, maar niets om de dingen mee aan te steken.
Bovendien hadden de vreugdekreten de aandacht van de cipiers getrokken, en terwijl Marc nog volop bezig was met de hartaanval die zich zonet meester van hem had gemaakt, werden hij, zijn celgenoot Jos en iedereen in celblok D hardhandig en met behulp van enkele matrakken, in elkaar geslagen. De sigaretten werden in beslag genomen.
Bij de autopsie die men achteraf op Marc heeft laten uitvoeren, werden, tot grote verbazing van de uitvoerende artsen, een pakje lucifers en twee aanstekers in zijn darmkanaal aangetroffen.
Een oorverdovende schreeuw vulde de harten van zijn medegevangenen met angst en een brandend gevoel van mededogen en nieuwsgierigheid maakte zich meester van iedereen in celblok D. Na enige stilte kwamen de reacties aanvankelijk aarzelend, daarna sneller op elkaar volgend, op gang.
- "Gaat het?"
- "Kom op joh, je kan het!"
- "Alles oké, daar?"
- "Niet opgeven!"
- "Hoe ver staat 'ie al?"
- "Halfweg!" antwoordde zijn celgenoot.
Zwetend en met wangen, nat van de talrijke tranen die één voor één langs zijn gezicht naar beneden waren gelopen, alvorens met een nauwelijks hoorbaar "ping!" ter aarde te storten, maakte Marc een moegestreden indruk.
"Dit is -humpf..!- niet meer menselijk, Jos. Ik kan niet meer. Ik ben óp."
- "Komaan, nog even! Denk aan de anderen!"
- "De anderen?! Komt ge mij -hmmmpf..!- nu zeggen dat ik die rotdingen nog moet delen met anderen ook?"
- "Met het hele celblok, om precies te zijn..."
- "Met het héle cel-hijg..!-blok?! Kijk, ik vond het al vreemd dat ik -aaah..!- een postpakket toegezonden kreeg. Ik vond het nog vreemder dat het van mijn oom kwam, die tenslotte al elf jaar dood -areugl..!- is. En ik vond het zo mogelijk nóg vreemder dat er zich in dat pakket een gi-hoeaah...!-gantische taart bevond!
Om nog maar te zwijgen van mijn verbazing toen ik er drie sloffen sigaretten in aantrof..."
- "...die je meteen moest verbergen, toen de cipier een onverwachte controle deed."
- "Eén pakje sigaretten gaat nog, maar drie sloffen naar bi-hiii...!-nnen werken, zéker in een tijdspanne van slechts enkele minuten..."
- "Ge moogt nog van geluk spreken dat hij beginnen controleren is aan de andere kant van het blok..."
- "Hé! Hoe zit het daar met die saffen?!"
- "UW MUIL, BOSMANS! Volgende keer mogen ze hun taart naar u opsturen, eens zien of gij het beter oplost!"
- "Al goed, al goed... Ge moet niet kwaad worden, ik vroeg het maar..."
- "Hoeveel houden wíj er eigenlijk aan over?"
- "Twee sloffen van acht pakjes, één van tien... dat zijn in totaal 26 pakjes, maal 25... 650 sigaretten, te verdelen onder 82 gevangenen... Net geen acht saffen per man, Marc."
- "ACHT?! Zit ik hier de ziel - en drie sloffen - uit mijn lijf te kakken voor ACHT saffen?!"
- "Niet zaniken! Niemand heeft je gedwongen die sloffen op te vreten!"
- "Bek toe, Van As!"
- "Ergens heeft hij wel gelijk natuurlijk, ge had de sigaretten meteen uit de pakjes moeten halen en verstoppen in uw kussensloop..."
- "Jos, dit is niet het moment om te mekkeren over wat ik wel of niet had moeten doen..."
- "...het gevaar dat de saffen breken is natuurlijk aanzienlijk verminderd doordat ge ze per pakje hebt ingeslikt - zo ziet ge maar dat die kortstondige carrière in de (homo)seksindustrie toch haar vruchten heeft afgeworpen!"
- "JOS, SERIEUS: UW BAKKES! ER HANGT EEN SLOF RODE BASTOS HALFWEG UIT M'N GAT TE BUNGELEN EN..."
-plons-
Je kon een speld horen vallen in celblok D, toen de eerste slof in het water van het brilloze porcelein terechtkwam. Toen barstten de vreugdekreten los...
- "Hoera!"
- "Leve de Marc!"
- "Hier die saffen!"
- "Go Bart!"
- "'t Is Marc, Bosmans..."
- "Zijn er lucifers?!"
Het hele celblok verstomde. Terwijl Marc de twee overige sloffen uit zijn hol perste - wat aanzienlijk vlotter ging dan het geval was bij de eerste - kwamen de anderen tot het besef dat ze nu dan wel saffen hadden, maar niets om de dingen mee aan te steken.
Bovendien hadden de vreugdekreten de aandacht van de cipiers getrokken, en terwijl Marc nog volop bezig was met de hartaanval die zich zonet meester van hem had gemaakt, werden hij, zijn celgenoot Jos en iedereen in celblok D hardhandig en met behulp van enkele matrakken, in elkaar geslagen. De sigaretten werden in beslag genomen.
Bij de autopsie die men achteraf op Marc heeft laten uitvoeren, werden, tot grote verbazing van de uitvoerende artsen, een pakje lucifers en twee aanstekers in zijn darmkanaal aangetroffen.
2 reacties:
Hell -aaargh- YEAH!
Marc toch :)
Een reactie plaatsen