Waar zitten ze godverdomme met hun witte Pasen?!! Ik had gisteravond speciaal de lamellen mijner slaapkamerraam omhoog gelaten, zodat ik hedenochtend bij het opstaan meteen een blik zou kunnen werpen op een maagdelijk wit sneeuwtapijt. Groot was mijn ontnuchtering, verbazing en schiere levenswalging toen ik wakker werd doordat die verrekte zon - de smalende glimlach waarmee de duivel in een bord rijstpap kakt, haar bakkes sierend - een bundel harer stralen in mijn gezicht wierp. Neen goddomme: perfect (eieren)raapweer!
Waar is de tijd dat ik op Pasen als een razende gek de tuin in stormde op zoek naar halfgesmolten chocolade en speelgoed. Veel te ver weg, godverdomme. Alsof ik nu nog mijn lever naar de knoppen ga helpen omdat één of andere gek wat chocolade in mijn hof gesmeten heeft! Toen misschien ja, maar nu...? En speelgoed?! Was het maar waar! Ik zou nu nóg met die dingen kunnen spelen! Ja, dat soort man ben ik, ja. Het is eruit, ik heb het gezegd.
En als ik dan omhoog kijk, en zie hoe die ellendige rotzon mij hangt uit te lachen, ginds hoog in het zwerk, besef ik weer waarom ik die bokszak, in mijn garage hangend als een zwijn in een slachthuis, gekocht heb.
Zweetvorming! Daar is ze goddomme goed voor, die klotezon! Maar wacht maar, gij lumineuze loeder, binnen ettelijke miljoenen/-jarden jaren, wanneer gij de laatste stralen uit uw hol perst en gij met een laatste flauwe scheet het laatste beetje licht de ruimte in stuurt. Ik - of toch de stofpartikels die tegen dan nog van mij over zijn - zal u luidkeels bespotten!
Mijn lach zal het heelal doorkruisen en u treffen als een op uw graf pissende zatlap! En de genadeslag zal ik u toedienen, gij hoer van de zonne-energieindustrie! "Brenger van leven", PHA! Brenger van hitte, zweetranden en zonnebrand ja! En wanneer gij dan uw laatste ademtocht slaakt, zal mijn geest over u hangen en met spottende ogen zal ik de laatste wraakfluim op uw voorhoofd planten. En, onderwijl mijn kin afvegend met mijn mouw, zal ik de deur uwer kamer achter mij dichtsmijten en uw kot in brand steken.
En dán zult gij weten, vermaledijde castraat dat ge daar hangt, wat het belang is van een witte Pasen.
Waar is de tijd dat ik op Pasen als een razende gek de tuin in stormde op zoek naar halfgesmolten chocolade en speelgoed. Veel te ver weg, godverdomme. Alsof ik nu nog mijn lever naar de knoppen ga helpen omdat één of andere gek wat chocolade in mijn hof gesmeten heeft! Toen misschien ja, maar nu...? En speelgoed?! Was het maar waar! Ik zou nu nóg met die dingen kunnen spelen! Ja, dat soort man ben ik, ja. Het is eruit, ik heb het gezegd.
En als ik dan omhoog kijk, en zie hoe die ellendige rotzon mij hangt uit te lachen, ginds hoog in het zwerk, besef ik weer waarom ik die bokszak, in mijn garage hangend als een zwijn in een slachthuis, gekocht heb.
Zweetvorming! Daar is ze goddomme goed voor, die klotezon! Maar wacht maar, gij lumineuze loeder, binnen ettelijke miljoenen/-jarden jaren, wanneer gij de laatste stralen uit uw hol perst en gij met een laatste flauwe scheet het laatste beetje licht de ruimte in stuurt. Ik - of toch de stofpartikels die tegen dan nog van mij over zijn - zal u luidkeels bespotten!
Mijn lach zal het heelal doorkruisen en u treffen als een op uw graf pissende zatlap! En de genadeslag zal ik u toedienen, gij hoer van de zonne-energieindustrie! "Brenger van leven", PHA! Brenger van hitte, zweetranden en zonnebrand ja! En wanneer gij dan uw laatste ademtocht slaakt, zal mijn geest over u hangen en met spottende ogen zal ik de laatste wraakfluim op uw voorhoofd planten. En, onderwijl mijn kin afvegend met mijn mouw, zal ik de deur uwer kamer achter mij dichtsmijten en uw kot in brand steken.
En dán zult gij weten, vermaledijde castraat dat ge daar hangt, wat het belang is van een witte Pasen.
3 reacties:
Eindelijk weer een schitterend stukje literatuur :). 't is meer dan welkom.
wederom SCHITTEREND
zalig pasen
Een reactie plaatsen