Vrienden, familieleden,
Wij zijn hier allen aanwezig vanwege het overlijden onzer zó beminde groottante Hortence, een vrouw wier trots, vastberadenheid én mogelijkheid om vier truien in anderhalf uur te breien in heel de streek bekend was. Een vrouw, die tussen 1943 en 1952 elf Duitse vliegtuigen uit de lucht schoot met een buitgemaakt mortier, waarvoor ze naast het militair kruis 1ste klas voor buitengewone dienst of voor daad van moed of toewijding in de kroonorde, ook nog eens drie jaar cel kreeg.
Hortence was een klasse apart. We herinneren ons vast allemaal nog heel goed hoe ze je zonder boe of ba een klap in het gezicht kon geven als je haar ajuinensoep niet (snel genoeg) complimenteerde. En als je neusvleugel zich ook maar een fractie op afkeurende wijze waagde te verroeren, kon die klap gerust met een braadpan uitgedeeld worden. Haha, wat hebben we gelachen als zoiets zich voordeed!
Haar rechter was ook om andere redenen bekend. Toen Fons, de plaatselijke veefokker eens ziek het bed placht te houden en dus niet in staat was twee koeien te slachten, nam Hortence haar verantwoordelijkheid; ze spuugde zich in de handen, nam een klein aanloopje en gaf de eerste koe een klap van heb ik je daar. Het arme beest was op slag dood. Het tweede rund echter zorgde voor meer problemen. Het betrof een koe van het ras “een Pijnegemse fiere”. Mijn arm- en nekhaar rijst spontaan ten berge bij het horen van de naam. Nu goed, Hortence nam weer een aanloopje maar in plaats van het koebeest de rechter van haar leven te geven, gaf ze het een kopstoot van het kaliber “Graaf het putje maar al meteen!”. De overblijfselen van het arme dier worden nog steeds in een urne op boer Fons’ schouw bewaard…
Maar laat ons deze rede beginnen bij het begin: Hortence werd geboren op 22 februari 1894 in een ondergesneeuwd veld in Liedekerke. Terwijl haar moeder nog lag na te puffen in de sneeuw was zij al hout aan het sprokkelen om het gezin van een warm vuurtje te voorzien. Op achtjarige leeftijd bewerkte zij reeds de velden. Niet hún velden weliswaar, maar toch: vélden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte zij deel uit van de reservisten te paard. Helaas waren alle paarden op slinkse wijze gesaboteerd door de Duitsers en vervulde zij haar legerdienst dus op nagenoeg alles wat zich aandiende, gesteld dat het vier poten had. Zo heeft zij Duitsers neergemaaid, zittend op de rug van onder andere koeien, geiten, een nijlpaard, ontvreemd uit de zoo van Antwerpen én Roste Jef, de trompettist van fanfare “Lever en Eendracht”.
Zij heeft één zoon op de wereld gezet: “klein” Peerke, die ironisch genoeg de tweeënhalve meter nét niet overschreed en die net als zij een rund met één slag kon vellen. Hij kwam helaas op veertienjarige leeftijd om het leven in een poging bij een weddenschap een asfaltmachine met zijn blote handen tegen te houden, wat leidde tot een “klein” Peerkesachtige uitstulping halfweg de Assesteenweg. Waar vroeger een kruisteken te zijner ere stond, staat nu het bord “Bobbejaanland 68km”.
Alleszins, na honderd veertien jaar is groottante Hortence niet meer. Achttien hartoperaties hebben haar niet klein gekregen, maar die ene noodlottige vrachtwagen was misschien net iets te veel van het goede. Na nog eenderde kilometer groottante Hortence meegesleurd te hebben, kwam het gevaarte tot stilstand tegen een boom.
Ik kan alleen maar hopen dat ze in het hiernamaals even gelukkig is als hier op aarde.
Afsluitend zou ik toch nog even willen vermelden dat er straks aan de koffietafel ajuinensoep beschikbaar is.
Wij zijn hier allen aanwezig vanwege het overlijden onzer zó beminde groottante Hortence, een vrouw wier trots, vastberadenheid én mogelijkheid om vier truien in anderhalf uur te breien in heel de streek bekend was. Een vrouw, die tussen 1943 en 1952 elf Duitse vliegtuigen uit de lucht schoot met een buitgemaakt mortier, waarvoor ze naast het militair kruis 1ste klas voor buitengewone dienst of voor daad van moed of toewijding in de kroonorde, ook nog eens drie jaar cel kreeg.
Hortence was een klasse apart. We herinneren ons vast allemaal nog heel goed hoe ze je zonder boe of ba een klap in het gezicht kon geven als je haar ajuinensoep niet (snel genoeg) complimenteerde. En als je neusvleugel zich ook maar een fractie op afkeurende wijze waagde te verroeren, kon die klap gerust met een braadpan uitgedeeld worden. Haha, wat hebben we gelachen als zoiets zich voordeed!
Haar rechter was ook om andere redenen bekend. Toen Fons, de plaatselijke veefokker eens ziek het bed placht te houden en dus niet in staat was twee koeien te slachten, nam Hortence haar verantwoordelijkheid; ze spuugde zich in de handen, nam een klein aanloopje en gaf de eerste koe een klap van heb ik je daar. Het arme beest was op slag dood. Het tweede rund echter zorgde voor meer problemen. Het betrof een koe van het ras “een Pijnegemse fiere”. Mijn arm- en nekhaar rijst spontaan ten berge bij het horen van de naam. Nu goed, Hortence nam weer een aanloopje maar in plaats van het koebeest de rechter van haar leven te geven, gaf ze het een kopstoot van het kaliber “Graaf het putje maar al meteen!”. De overblijfselen van het arme dier worden nog steeds in een urne op boer Fons’ schouw bewaard…
Maar laat ons deze rede beginnen bij het begin: Hortence werd geboren op 22 februari 1894 in een ondergesneeuwd veld in Liedekerke. Terwijl haar moeder nog lag na te puffen in de sneeuw was zij al hout aan het sprokkelen om het gezin van een warm vuurtje te voorzien. Op achtjarige leeftijd bewerkte zij reeds de velden. Niet hún velden weliswaar, maar toch: vélden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte zij deel uit van de reservisten te paard. Helaas waren alle paarden op slinkse wijze gesaboteerd door de Duitsers en vervulde zij haar legerdienst dus op nagenoeg alles wat zich aandiende, gesteld dat het vier poten had. Zo heeft zij Duitsers neergemaaid, zittend op de rug van onder andere koeien, geiten, een nijlpaard, ontvreemd uit de zoo van Antwerpen én Roste Jef, de trompettist van fanfare “Lever en Eendracht”.
Zij heeft één zoon op de wereld gezet: “klein” Peerke, die ironisch genoeg de tweeënhalve meter nét niet overschreed en die net als zij een rund met één slag kon vellen. Hij kwam helaas op veertienjarige leeftijd om het leven in een poging bij een weddenschap een asfaltmachine met zijn blote handen tegen te houden, wat leidde tot een “klein” Peerkesachtige uitstulping halfweg de Assesteenweg. Waar vroeger een kruisteken te zijner ere stond, staat nu het bord “Bobbejaanland 68km”.
Alleszins, na honderd veertien jaar is groottante Hortence niet meer. Achttien hartoperaties hebben haar niet klein gekregen, maar die ene noodlottige vrachtwagen was misschien net iets te veel van het goede. Na nog eenderde kilometer groottante Hortence meegesleurd te hebben, kwam het gevaarte tot stilstand tegen een boom.
Ik kan alleen maar hopen dat ze in het hiernamaals even gelukkig is als hier op aarde.
Afsluitend zou ik toch nog even willen vermelden dat er straks aan de koffietafel ajuinensoep beschikbaar is.
1 reacties:
Eindelijk weet ik bij wie ik moet zijn als ik een speech nodig heb voor een begrafenis.
Een reactie plaatsen